Kermis

Het is kermis, jij gaf aan dat het je leuk leek om even een rondje over de kermis te lopen. In de aanloop voor we vertrekken bespeur ik iets weerstand, of zoals jij het noemt, je bent in mineurstemming. Het eten weet je er echter uit te halen en je wil toch wel mee.

Op de kermis heb ik mijn camera om me mee te vermaken, de diverse attracties is iets waar ik al jaren zelden nog in ga. Jij ook niet meer.
Je kijkt en observeert, af en toe vertel je iets. Over hoe kermis altijd gekoppeld was aan gebruik, dat je sommige attracties wel inging maar je nu niet meer in kunt denken dat je dat nog zou doen. Dat middelen gebruik je over angsten heen hielp die je nu weerhouden er wel in te gaan.

Het is druk, vrijdagavond, veel jongeren en zoals gewoon is in ons dorp hebben de kroegen hun terrassen en programma aangepast aan de kermis. Gelukkig bevind het merendeel hiervan zich achter de attracties en zijn ze makkelijk te mijden. Na twee rondjes over de kermis te hebben gelopen is het genoeg voor je, alsof er een deur is dichtgeslagen. Je bent één en al weerstand, de mineurstemming van eerder op de avond is in alle hevigheid teruggekeerd. Je gooit er af en toe een stuk frustratie uit, dat je alleen maar mensen ziet die drinken of gebruiken, dat jij ook ontspannen dat biertje wil kunnen drinken, dat het idee dat je dit nooit meer zal kunnen doen je depressief maakt. Je hebt geen sociaal leven, geen vrienden en de paar die je hebt daar heb je nu niets aan. Ik doe even een poging om te relativeren maar mijn woorden ketsen keihard af op dat masker van weerstand. En dan is het alsof uit het niets een enorme hamer mij tegen de vlakte mept, ik voel alle energie uit me vloeien, ik ben verdrietig en moedeloos tegelijkertijd. In de auto op weg naar huis zeg ik niets, thuis ga ik met de hond wandelen. Hopend dat dit me helpt mijn hoofd leeg te maken want die is gevuld met boze gedachten en onredelijkheid. Alhoewel, zo onredelijk zijn ze wellicht niet. Het zijn gedachten die ik mijzelf zelden toesta hardop uit te spreken, dus pot ik het op en een moment als nu voel ik mij als een vulkaan die op het punt staat om tot uitbarsting te komen. Tijdens het wandelen realiseer ik me dat mijn zwijgen me niet helpt, het me niet uiten helpt me niet, het sussen helpt me niet. Ik heb recht op mijn eigen gevoelens, mijn eigen frustratie, boosheid, machteloosheid en verdriet.

Boos bedenk ik me dat er weinig is veranderd, ja je bent een paar maanden clean en dat is onwijs fijn. Maar nog steeds ben ik je eerste aanspreekpunt waar jij je frustraties uit, nog steeds draait alles om jou.
Ik voel me verdrietig wanneer ik me realiseer dat nog steeds ik mijn leven grotendeels aanpas aan jou, ik kom nog steeds niet toe aan een eigen leven terwijl ik daar gevoelsmatig zo hevig behoefte aan heb. Ik mijmer verder terwijl ik merk dat de boze gedachten iets afnemen. Hoe anders had mijn leven eruit gezien wanneer jij, volgens plan, naar een safehuis was gegaan om daarvanuit te werken aan op jezelf wonen.
Nu staat mijn leven nog steeds grotendeels on hold en als ik eerlijk ben heb ik er weinig vertrouwen in dat jij binnen een paar maanden uit huis kunt zijn. Dat brengt mij in een mineurstemming.

Als ik thuis kom is jouw stemming positiever, je hebt je gericht op iets dat jou positieve afleiding geeft en ik voel me overmand door een enorme moeheid en hevig gevoel van verdriet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s